In het verleden werd het vet van paardenmanen gebruikt bij brandwonden en als reumazalf. Bij verkoudheid werd paardenmest gekookt en opgedronken. Wie last had van zweren droeg eelt van een paard als amulet. Slangengif kan in lage doses aan paarden worden toegediend. Deze ontwikkelen antistoffen tegen het gif en zo kan hun serum worden gebruikt als tegengif bij de mens.
Patiënten met aplastische anemie kunnen worden behandeld met anti-thymocytenglobuline (ATG). ATG kan geïsoleerd zijn uit paarden- of konijnenserum.
Paarden wordt sinds enkele jaren ook in Europa gebruikt voor de productie van paardenmelk. Deze melk wordt geproduceerd op een paardenmelkerij. Aan paardenmelk worden verschillende positieve eigenschappen toegeschreven. Het product wordt bijvoorbeeld gebruikt door patiënten als middel bij huidaandoeningen zoals atopisch eczeem en psoriasis. Mensen met een koemelkallergie, kunnen vaak wel paardenmelk verdragen. In Mongolië en omliggende landen heeft het drinken van paardenmelk en paardenmelkproducten een lange traditie.
Hippotherapie is een vorm van paardrijden als therapie die wordt aangeboden door maneges die zijn aangesloten bij de Federatie Paardrijden Gehandicapten (FPG).
Gebruik van het paard in vredestijd

Voordat landbouwmachines als de tractor hun intrede deden, werden paarden veel gebruikt in de landbouw, hoewel boeren vaak de voorkeur gaven aan ossen, waarvan het onderhoud goedkoper was. Urgente berichten en de gewone post werden vroeger veelal per paard vervoerd, bijvoorbeeld door de Amerikaanse Pony Express. Het drijven van vee (in Noord-Amerika door zogeheten cowboys, en in Zuid-Amerika door gaucho's) wordt ook nu nog wel per paard gedaan. Paarden worden tegenwoordig nog steeds ingezet voor het verslepen van stammen in de bosbouw, omdat paarden de bodem minder beschadigen dan zware machines.
In steden zoals Amsterdam, Antwerpen, Brugge, Oostende, Rome en Wenen kunnen de toeristen per koets door de stad worden rondgereden.
Militair gebruik van het paard
Het gebruik van het paard voor militaire doeleinden gaat terug tot ongeveer 5000 v. Chr., toen Mongoolse boogschutters op pony's begonnen te rijden. Rond 1200 v. Chr. begon het idee van een cavalerie ook post te vatten in meer westelijke gebieden zoals Egypte en Perzië. Bewaard gebleven zijn de invloedrijke geschriften van paardenkenner Xenophon, een legerofficier uit de Griekse stadsstaat Sparta. Rond de 11e eeuw begon men vooral in het westen ook grotere paarden te gebruiken.
In de 15e eeuw werd het paard door de Spaanse veroveraars weer ingevoerd op het Amerikaanse continent, waar het al veel eerder was uitgestorven, en daar later ook veel door de Indianen gebruikt.
Napoleon weigerde om op een paard te rijden dat niet wit was. Zijn lievelingspaard was Marengo, een witte Andalusiër. Marengo is maar liefst 38 jaar geworden. Hij heeft vallen, schotwonden,… allemaal overleefd. En heeft de laatste jaren van zijn leven doorgebracht in gevangenschap van de overwinnaars van Napoleon.
In de Tweede Wereldoorlog zetten de Russen nog cavalerie in tegen de Duitsers. Ook in het Duitse leger werden nog paarden gebruikt, voor transport. Tegenwoordig heeft het paard militair gezien vooral een ceremoniële functie. Wel is het paard nog in gebruik bij de bereden politie.
In de Trojaanse oorlog werd het houten Paard van Troje gebruikt om een leger onzichtbaar de stad Troje binnen te smokkelen.
In de 15e eeuw werd het paard door de Spaanse veroveraars weer ingevoerd op het Amerikaanse continent, waar het al veel eerder was uitgestorven, en daar later ook veel door de Indianen gebruikt.
Napoleon weigerde om op een paard te rijden dat niet wit was. Zijn lievelingspaard was Marengo, een witte Andalusiër. Marengo is maar liefst 38 jaar geworden. Hij heeft vallen, schotwonden,… allemaal overleefd. En heeft de laatste jaren van zijn leven doorgebracht in gevangenschap van de overwinnaars van Napoleon.
In de Tweede Wereldoorlog zetten de Russen nog cavalerie in tegen de Duitsers. Ook in het Duitse leger werden nog paarden gebruikt, voor transport. Tegenwoordig heeft het paard militair gezien vooral een ceremoniële functie. Wel is het paard nog in gebruik bij de bereden politie.
In de Trojaanse oorlog werd het houten Paard van Troje gebruikt om een leger onzichtbaar de stad Troje binnen te smokkelen.
Paardengebruik door de mens
Het paard is door de eeuwen heen voor de mens voor allerlei doeleinden zeer waardevol gebleken. Tienduizenden jaren geleden was het paard voor de mens een belangrijke voedselbron.
Er bestaan nog rotstekeningen uit die tijd waarin paarden worden afgebeeld. Vermoedelijk kreeg de mens pas in de Jongere Steentijd, die rond 6000 v. Chr. begon, de middelen om grotere dieren te domesticeren.
Er wordt wel gedacht dat de Mongolen, die al eerder het rendier hadden onderworpen, er voor het eerst in slaagden het paard te domesticeren. Chinees aardewerk uit circa 3500 v. Chr. ondersteunt deze theorie.
Het vermoeden bestaat dat dit ook voor het paard zelf voordelen had, aangezien na de laatste ijstijd de grote open vlakten in voor paarden ongeschikte dichte bossen veranderden.
Een andere theorie gaat ervan uit dat de domesticatie van het paard voor het eerst heeft plaats gevonden in de Zuidrussische steppe, door mensen van de Sredny Stog-cultuur (omstreeks 4000 v. Chr.). Er bestaan goede redenen om aan te nemen dat de Sredny-Stogmensen voorouders waren van de oer-Indo-Europeanen.
In het wild lopen paarden op onbeslagen hoeven maar wanneer paarden zware lasten moeten dragen en wanneer zij veel over verharde wegen moeten lopen zijn wegens overmatige slijtage hoefijzers noodzakelijk. Het bekappen en vervolgens beslaan van de hoeven is tevens een methode om de stand van de voeten te corrigeren.
Er bestaan nog rotstekeningen uit die tijd waarin paarden worden afgebeeld. Vermoedelijk kreeg de mens pas in de Jongere Steentijd, die rond 6000 v. Chr. begon, de middelen om grotere dieren te domesticeren.
Er wordt wel gedacht dat de Mongolen, die al eerder het rendier hadden onderworpen, er voor het eerst in slaagden het paard te domesticeren. Chinees aardewerk uit circa 3500 v. Chr. ondersteunt deze theorie.
Het vermoeden bestaat dat dit ook voor het paard zelf voordelen had, aangezien na de laatste ijstijd de grote open vlakten in voor paarden ongeschikte dichte bossen veranderden.
Een andere theorie gaat ervan uit dat de domesticatie van het paard voor het eerst heeft plaats gevonden in de Zuidrussische steppe, door mensen van de Sredny Stog-cultuur (omstreeks 4000 v. Chr.). Er bestaan goede redenen om aan te nemen dat de Sredny-Stogmensen voorouders waren van de oer-Indo-Europeanen.
In het wild lopen paarden op onbeslagen hoeven maar wanneer paarden zware lasten moeten dragen en wanneer zij veel over verharde wegen moeten lopen zijn wegens overmatige slijtage hoefijzers noodzakelijk. Het bekappen en vervolgens beslaan van de hoeven is tevens een methode om de stand van de voeten te corrigeren.
Weinig voorkomende gangen.
Weinig voorkomende gangen zijn: telgang en tölt.
De paarden die deze gangen beheersen worden 'gangenpaarden' genoemd.
* Telgang, bijvoorbeeld bij IJslanders, is een manier van bewegen waarbij voor- en achterbeen aan één kant tegelijk worden opgetild, als bij kamelen. IJslanders, Shetlanders en Mongoolse paarden beheersen de telgang.
* Ren-telgang is een telgang waarbij hoge snelheden worden behaald.
pace is gelijk aan de telgang, maar de stappen zijn erg ruim, waarbij de achterbenen ver onder het lichaam worden geplaatst en het hoofd een duidelijke knik maakt. Er is een flat pace en een running pace.
* Tölt zit tussen de telgang en draf in en is een 'viertakt' gang. IJslandse pony's beheersen deze gang. Alle hoeven worden met een gelijke tussenpoos opgetild en neergezet. Er is geen zweefmoment, de gang 'zit' zeer comfortabel; de ruiter wordt nauwelijks op en neer geschud.
* Bij Westernrijden vraagt men de jog. Het is een rustige, langzame draf waarbij het paard met zijn hals en hoofd losheid en ontspanning vertoont.
De paarden die deze gangen beheersen worden 'gangenpaarden' genoemd.
* Telgang, bijvoorbeeld bij IJslanders, is een manier van bewegen waarbij voor- en achterbeen aan één kant tegelijk worden opgetild, als bij kamelen. IJslanders, Shetlanders en Mongoolse paarden beheersen de telgang.
* Ren-telgang is een telgang waarbij hoge snelheden worden behaald.
pace is gelijk aan de telgang, maar de stappen zijn erg ruim, waarbij de achterbenen ver onder het lichaam worden geplaatst en het hoofd een duidelijke knik maakt. Er is een flat pace en een running pace.
* Tölt zit tussen de telgang en draf in en is een 'viertakt' gang. IJslandse pony's beheersen deze gang. Alle hoeven worden met een gelijke tussenpoos opgetild en neergezet. Er is geen zweefmoment, de gang 'zit' zeer comfortabel; de ruiter wordt nauwelijks op en neer geschud.
* Bij Westernrijden vraagt men de jog. Het is een rustige, langzame draf waarbij het paard met zijn hals en hoofd losheid en ontspanning vertoont.
4 grote groepen
In de huidige tijd kan men de paarden indelen in 4 grote groepen:
1. De wilde paarden:
Er zijn thans nog 2 soorten wilde paarden nl. de Tarpan en het Przewalskipaard. De Tarpan is dan nog een terugkruising van Konikpony’s zodat hij nu veel rustiger en handelbaarder is dan oorspronkelijk. Alleen het Przewalskipaard bestaat dus nog in zijn oorspronkelijke vorm en wordt ingezet voor grote grasvlaktes in reservaten te laten begrazen.
2. De volbloeden:
Het begrip volbloed berust op een zeer grote raszuiverheid en drukt steeds een stempel op een gekruiste nakomeling. Bijvoorbeeld in de rassen waar de Arabische volbloed is binnengehaald als rasverbeteraar is al vrij vlug een duidelijk resultaat te zien.
Volbloedpaarden zijn bijvoorbeeld de Arabische volbloed (veel ingezet als rasverbeteraar), de Berber (heeft een belangrijk aandeel in het ontstaan van onze Fries) en dan nog de Engelse volbloed (XX of Thoroughbred).
De Engelse volbloed is het allereerste voorbeeld van een ras dat kunstmatig is opgebouwd, uitgaande van een heterogene basis werd uiteindelijk een grote homogeniteit en specialisatie bekomen ten gevolge van een meedogenloze selectie op renprestaties in galop. Sinds 1791 is dit een gesloten populatie. Hier zit wel een beetje verwarring.
De Engelse volbloed wordt vaak gekruist met Arabieren, maar de producten hiervan zijn Angelo-Arabieren en helemaal geen volbloeden meer.
3. De halfbloeden of warmbloeden:
Deze kunnen nog eens onderverdeeld worden in 2 groepen, namelijk in harddravers of halfbloedrenpaarden en in halfbloed niet-renpaarden.
De term warmbloed geeft aan dat het paard Oosters bloed in zijn stamboom heeft, voornamelijk door toevoeging van Arabisch bloed. Afhankelijk van de hoeveelheid Arabisch bloed spreekt men van weinig of veel adel.
De half- of warmbloedpaarden zijn een overgang tussen volbloeden en koudbloeden: allen zijn kruisingsproducten. De eerste werden vooral aangehouden voor het dragen van leger-ruiters en voor lichte trekkracht en vervolgens voor ontspanningsdoeleinden en sport.
In de economisch meest welvarende landen ging de afname van de trekpaardenstapel samen met een toename van de halfbloedpaarden. Thans maken niet-renpaarden halfbloeden het grootste aantal uit van de wereldpaardenstapel, denk maar aan BWP (Belgisch Warmbloedpaard), KWPN (Koninklijk Warmbloedpaardenstamboek Nederland), SF (Selle Francais)….
4. De koudbloeden:
Deze stammen af van het zwaar gebouwde paard dat in de wouden van Midden-Europa leefde. Koudbloedpaarden zijn meestal zware trekpaarden met een specifieke bouw geschikt voor de trekarbeid.
1. De wilde paarden:
Er zijn thans nog 2 soorten wilde paarden nl. de Tarpan en het Przewalskipaard. De Tarpan is dan nog een terugkruising van Konikpony’s zodat hij nu veel rustiger en handelbaarder is dan oorspronkelijk. Alleen het Przewalskipaard bestaat dus nog in zijn oorspronkelijke vorm en wordt ingezet voor grote grasvlaktes in reservaten te laten begrazen.
2. De volbloeden:
Het begrip volbloed berust op een zeer grote raszuiverheid en drukt steeds een stempel op een gekruiste nakomeling. Bijvoorbeeld in de rassen waar de Arabische volbloed is binnengehaald als rasverbeteraar is al vrij vlug een duidelijk resultaat te zien.
Volbloedpaarden zijn bijvoorbeeld de Arabische volbloed (veel ingezet als rasverbeteraar), de Berber (heeft een belangrijk aandeel in het ontstaan van onze Fries) en dan nog de Engelse volbloed (XX of Thoroughbred).
De Engelse volbloed is het allereerste voorbeeld van een ras dat kunstmatig is opgebouwd, uitgaande van een heterogene basis werd uiteindelijk een grote homogeniteit en specialisatie bekomen ten gevolge van een meedogenloze selectie op renprestaties in galop. Sinds 1791 is dit een gesloten populatie. Hier zit wel een beetje verwarring.
De Engelse volbloed wordt vaak gekruist met Arabieren, maar de producten hiervan zijn Angelo-Arabieren en helemaal geen volbloeden meer.
3. De halfbloeden of warmbloeden:
Deze kunnen nog eens onderverdeeld worden in 2 groepen, namelijk in harddravers of halfbloedrenpaarden en in halfbloed niet-renpaarden.
De term warmbloed geeft aan dat het paard Oosters bloed in zijn stamboom heeft, voornamelijk door toevoeging van Arabisch bloed. Afhankelijk van de hoeveelheid Arabisch bloed spreekt men van weinig of veel adel.
De half- of warmbloedpaarden zijn een overgang tussen volbloeden en koudbloeden: allen zijn kruisingsproducten. De eerste werden vooral aangehouden voor het dragen van leger-ruiters en voor lichte trekkracht en vervolgens voor ontspanningsdoeleinden en sport.
In de economisch meest welvarende landen ging de afname van de trekpaardenstapel samen met een toename van de halfbloedpaarden. Thans maken niet-renpaarden halfbloeden het grootste aantal uit van de wereldpaardenstapel, denk maar aan BWP (Belgisch Warmbloedpaard), KWPN (Koninklijk Warmbloedpaardenstamboek Nederland), SF (Selle Francais)….
4. De koudbloeden:
Deze stammen af van het zwaar gebouwde paard dat in de wouden van Midden-Europa leefde. Koudbloedpaarden zijn meestal zware trekpaarden met een specifieke bouw geschikt voor de trekarbeid.
Yakutpony
Yakutpony's zijn volgens huidige theorieën afstammelingen van de toendrapaarden. Deze oerpaarden hebben overigens hoogstwaarschijnlijk geen directe invloed gehad op de ontwikkeling van de huidige paarden. Ze hebben een dikke witte vacht om met de lage temperaturen overweg te kunnen.
Abonneren op:
Posts (Atom)